Home Werken Belasting bedrijven

Belasting bedrijven

Gemeentebelasting op de bedrijven

Sinds 2014 heft gemeente Arendonk een nieuwe gemeentebelasting op de bedrijven. Het volledige reglement vindt u onderaan deze pagina

 

Motivering

In Arendonk hebben de ondernemers via diverse belastingen steeds een eigen bijdrage geleverd tot de algemene middelen van de gemeente. Deze lokale belastingen werden door het nieuwe gemeentebestuur in 2013 kritisch beoordeeld.

De gemeentebelasting op motoren was niet meer geschikt om ondernemingen te belasten op basis van financiële draagkracht of economisch belang. Ook de gemeentebelasting op hinderlijke inrichtingen (Vlarem-indeling) vestigde een belasting via een niet-economisch criterium, waarbij slechts een beperkt aantal bedrijven werd belast. De gemeentebelastingen op terrassen en op bank- en financieringsinstellingen werden al langer als ‘pestbelastingen’ ervaren, zonder doorslaggevende financiële of beleidsmeerwaarde. Deze belastingen werden daarom afgeschaft en vervangen door een nieuwe lokale belasting op ondernemingen.

De nieuwe gemeentebelasting is volledig gebaseerd op belasting op bedrijven van de Provincie Antwerpen. Het gemeentebestuur beoogt met deze belasting een meer evenwichtige en relevante verdeling van de belastingdruk voor ondernemingen te bekomen, met oppervlakte als objectieve grondslag en met een aanvaardbaar minimumbedrag voor de vele kleine ondernemers en zelfstandigen. De administratieve verplichtingen trachten we tot een minimum te beperken voor de ondernemers. De gemeente baseert zich op de gegevens zoals gekend bij de provincie en stuurt de belastingplichtigen op basis daarvan een voorstel van aangifte.

 

Belastingplichtigen

De volgende natuurlijke en rechtspersonen, die over één of meerdere vestigingen beschikken in de gemeente Arendonk, zijn onderworpen aan de gemeentebelasting op de bedrijven:

  • handelaars
  • zelfstandige diensten- of zorgverstrekkers
  • beoefenaars van vrije beroepen (ook stagiairs)
  • handels- en nijverheidsondernemingen
  • openluchtrecreatieve bedrijven
  • agrarische bedrijven
  • vennootschappen, inrichtingen of instellingen

Het is niet noodzakelijk dat voormelde personen of bedrijven een activiteit uitoefenen. Het is immers geen belasting op de activiteit, maar een belasting op de vestiging.

Zo zijn bijvoorbeeld ook slapende vennootschappen onderworpen aan de gemeentebelasting op de bedrijven. Ook vennootschappen in vereffening, waarvan de activiteit zich beperkt tot de vereffeningsverrichtingen, zijn aan de belasting onderworpen.

Zelfstandigen en beoefenaars van vrije beroepen zijn belastingplichtig zodra en zolang zij op zelfstandige basis werken of kunnen werken. Het reglement omschrijft dit als "een zelfstandige activiteit uitoefenen of één of meerdere daden gesteld hebben die de uitoefening van een zelfstandige beroepswerkzaamheid toelaten, kunnen toelaten of doen vermoeden". Onder de bedoelde 'daden' valt bijvoorbeeld de inschrijving in de Kruispuntbank van Ondernemingen (KBO).

Een aantal rechtspersonen, zoals verenigingen zonder winstoogmerk en vennootschappen met een doel van openbaar nut, zijn vrijgesteld van de provinciebelasting op de bedrijven. De bedoelde rechtspersonen zijn deze die vermeld staan in de artikels 180 tot en met 182 van het wetboek van de inkomstenbelastingen 1992. De tekst van die artikels vind je onderaan in de PDF met titel 'Wetboek van de inkomstenbelastingen 1992 - Art. 180-182'.

 

Aangifte

Om het de belastingplichtigen zo eenvoudig mogelijk te maken, zendt de gemeente voor de meeste vestigingen een voorstel van aangifte of een aangifteformulier.

Voor elke vestiging waar de belastingplichtige geen voorstel van aangifte of een aangifteformulier heeft ontvangen, moet de belastingplichtige in principe uit eigen beweging aangifte doen, uiterlijk op 31 juli van het aanslagjaar. Onderaan deze pagina kan je een aangifteformulier downloaden.

 

Vestigingen

De belasting is verschuldigd per afzonderlijke vestiging op het grondgebied van de gemeente Arendonk.

Een belastbare vestiging is elke oppervlakte die voor beroeps- of bedrijfsdoeleinden is bestemd of in het kader van beroeps- of bedrijfsdoeleinden wordt gebruikt, tot gebruik is voorbehouden of bijdraagt tot de realisatie/uitvoering van de beroeps- of bedrijfsdoeleinden.

De belasting wordt vastgesteld rekening houdend met de totale belastbare gebouwde en/of ongebouwde oppervlakte van het goed waarop de vestiging zich bevindt.

 

Tarieven

 Tarieven voor gewone bedrijven, handelszaken, zelfstandigen en vrije beroepen

 Voor vestigingen met een oppervlakte tot 200.000 m² (20 ha) gelden de volgende belastingtarieven:

 

Oppervlakte van de vestiging                                                           Tarief

Tot 200 m² (2 are)                                                                                  50 €

Van meer dan 200 m² (2 are) tot 1.000 m² (10 are)                      100 €

Van meer dan 1.000 m² (10 are) tot 5.000 m² (50 are)                 300 €

Van meer dan 5.000 m² (50 are) tot 10.000 m² (1 ha)                  750 €

Van meer dan 10.000 m² (1 ha) tot 50.000 m² (5 ha)                2.000 €

Van meer dan 50.000 m² (5 ha) tot 100.000 m² (10 ha)           8.000 €

Van meer dan 100.000 m² (10 ha) tot 200.000 m² (2 ha)       16.000 €

 

Voor vestigingen met een oppervlakte van meer dan 200.000 m² (20 ha) wordt als volgt bepaald:

Oppervlakte van de vestiging                                                        Tarief

Eerste 200.000 m² (20 ha)                                                          16.000 €

Per bijkomende 100 m² (1 are) of gedeelte daarvan                       5 €

 

Speciale tarieven voor agrarische bedrijven en openluchtrecreatieve bedrijven

Voor de agrarische sector (landbouw, tuinbouw in openlucht, tuinbouw in serres) en de openluchtrecreatieve sector gelden lagere tarieven omdat deze sectoren voor hun activiteiten dienen te beschikken over een grote bedrijfsoppervlakte om economisch rendabel te zijn.

 

Verminderd tarief voor gepensioneerden

 Gepensioneerde zelfstandigen en gepensioneerde uitbaters van een agrarisch bedrijf met een beperkte bedrijfsactiviteit betalen een forfaitair bedrag van 15 € wanneer hun inkomen lager ligt dan het maximum toegelaten inkomen. Informatie over het toegelaten inkomen vind je op de website van de Rijksdienst voor Pensioenen. 

 

Gepensioneerde uitbaters van een agrarisch bedrijf, die minder dan 10.000 m² (1 ha) bewerken, betalen slechts 7 euro.